Stel je een ouderavond voor in groep 7. Een moeder steekt haar hand op en vraagt: "Mag mijn zoon ChatGPT gebruiken voor zijn werkstuk? En weet de juf dat hij dat doet?" Het wordt even stil. De leerkracht weet het niet precies, de schoolleider ook niet helemaal en de ouder gaat naar huis met dezelfde vraag als waarmee ze binnenkwam.
Dit moment speelt zich op veel scholen af. Uit de Staat van de Ouder 2026 van Ouders & Onderwijs blijkt dat driekwart van de ouders niet weet hoe de school van hun kind met AI omgaat. Tegelijk gebruikt ruim de helft van de middelbare scholieren AI voor schoolwerk. Op de basisschool begint dat eerder dan veel mensen denken.
Ouders zijn niet tegen AI, ze willen weten wat er gebeurt
Het mooie aan dit onderzoek is de nuance. Ouders zijn niet per se voor of tegen AI op school. Ze willen weten wat er gebeurt en waarom. Lobke Vlaming van Ouders & Onderwijs zegt het zo: ouders willen dat de school ze meeneemt in de ontwikkelingen, liefst voordat het beleid vaststaat.
Dat is goed nieuws voor jou als school. Je hoeft geen discussie te winnen. Je hoeft alleen open te zijn. Ouders vragen om transparantie en transparantie kun je organiseren.
Transparantie gaat twee kanten op
Als je het over openheid rond AI hebt, gaat het eigenlijk over drie lagen die bij elkaar horen.
De school naar ouders: hoe gebruiken wij AI in de klas, in de voorbereiding en in de administratie? Welke tools staan we toe en welke niet? Waar gaan de gegevens van kinderen naartoe?
De leerling naar de leerkracht: mag ik AI gebruiken voor deze opdracht? Zo ja, hoe laat ik zien wat ik zelf heb gedaan en waar AI heeft geholpen?
De leerkracht naar de leerling en de ouders: waar gebruik ik zelf AI voor? Als ik lesmateriaal of een oudergesprek voorbereid met AI, vertel ik dat dan?
Die laatste laag wordt vaak vergeten. Toch is die belangrijk. Kinderen leren transparantie door te zien hoe volwassenen het doen. Een leerkracht die zegt "ik heb deze vragen eerst zelf gemaakt en daarna met AI gecheckt of ze duidelijk genoeg waren" laat precies het gedrag zien dat je bij leerlingen wilt: eerst zelf denken, dan AI gebruiken om te controleren of te verbeteren.
Waarom dit nu op de agenda hoort
AI is onderdeel van digitale geletterdheid en digitale geletterdheid krijgt een vaste plek in het onderwijs. In 2031 moeten scholen AI verwerkt hebben in alle lessen. Het gaat dus niet om een apart lesje over robots in groep 8. Het komt terug in ieder lesgebied, over de hele schoolloopbaan, van de basisschool tot en met het voortgezet onderwijs.
Veel scholen zijn daar al mee bezig: een werkgroep digitale geletterdheid, eerste afspraken over tools, een teamvergadering waar AI op de agenda stond. Transparantie naar ouders past precies in die voorbereidingen. Wat je nu al vastlegt in je beleid, kun je meteen delen. Zo groeit de openheid mee met de stappen die je toch al zet.
Zo regel je transparantie in de praktijk
Deze vier stappen geven je team, je leerlingen en je ouders houvast. Transparantie betekent ook duidelijk zijn als je ergens nog niet aan toe bent.
1Maak een helder AI-beleid
Beleid klinkt groot, maar het gaat om een paar duidelijke antwoorden. Wat willen we als school met AI? Wat mag wel, wat mag niet en op welke manier? Welke tools zijn goedgekeurd? Hoe borgen we ook met AI-gebruik de privacy van kinderen volgens de AVG? Aan wie kunnen leerkrachten, leerlingen en ouders hun vragen over AI stellen? Waar kunnen incidenten gemeld worden, zoals een tool die per ongeluk persoonsgegevens kreeg of een antwoord dat niet klopte? Hoe borgen we het beleid in ons bestaande kwaliteitssysteem, zodat het meegaat in de jaarlijkse evaluatie en niet in een la belandt? En wat is ons plan voor de komende jaren? De SLO heeft AI toegevoegd aan de digitale geletterdheid en in 2031 moet het in de lessen verwerkt zijn. Een school die nu opschrijft welke stappen ze tot dan zet, weet wat er dit jaar wel en nog niet aan de orde is.
Een beleid van twee pagina's dat iedereen kent, werkt beter dan een dik document dat niemand leest.
2Maak afspraken in de klas
Vertaal het beleid naar de klas. Bij welke opdrachten mag AI helpen en bij welke niet? En als het mag: hoe laat een leerling zien wat er precies is gebeurd?
Op veel scholen is het antwoord op dit moment nog: AI hoort nog niet bij onze lessen. Dat is een prima afspraak, zolang hij maar helder is en in het beleid staat. Vertel het dan ook zo aan de kinderen en aan hun ouders: wij werken op school nog niet met AI bij opdrachten, en dat geldt ook voor het werkstuk thuis. Zo weet een kind waar het aan toe is en hoeft het niet zelf te gokken wat wel en niet mag. Ouders weten dan ook wat ze thuis kunnen zeggen als hun kind ChatGPT wil openen voor de spreekbeurt. Duidelijkheid geeft rust, ook als de afspraak voorlopig "nog niet" is.
Alleen de vermelding onderaan een werkstuk met "ik heb ChatGPT gebruikt" zegt weinig. Interessanter wordt het als leerlingen hun hele AI-gebruik laten zien. Daar leren ze het meest van en jij ziet als leerkracht precies waar het denken van het kind zit. Een leerling beantwoordt dan zes vragen:
- Welke tool heb ik gebruikt?
- Op welk moment in mijn werk heb ik AI ingezet, bij het bedenken, het zoeken, het schrijven of het controleren?
- Welke prompt heb ik gegeven? De letterlijke vraag mag erbij.
- Hoe heb ik de uitkomst onderzocht? Heb ik gecheckt of het klopt en waar?
- Wanneer heb ik mijn prompt aangepast en waarom was het eerste antwoord nog niet goed genoeg?
- Hoe heb ik het antwoord uiteindelijk verwerkt in mijn eigen werk?
In groep 7 of 8 kan dit een half A4'tje zijn dat bij het werkstuk hoort, of een kort gesprekje bij de presentatie. Zo wordt openheid iets gewoons en hoeft niemand iets te verbergen. Bovendien oefenen kinderen precies de vaardigheden die AI-geletterdheid vraagt: kritisch kijken, bijsturen en eigen keuzes maken.
3Geef zelf het goede voorbeeld, met beleid als ruggensteun
Als je openheid van leerlingen verwacht, begint die openheid bij het team. Een leerkracht die vertelt hoe ze een les eerst zelf voorbereidde en daarna AI vroeg om mee te kijken, laat zien dat AI-gebruik gewoon bespreekbaar is. Kinderen doen na wat ze zien.
Toch is dat voor veel leerkrachten nog spannend. Mag ik dit wel zeggen? Mag ik AI überhaupt gebruiken voor mijn lesvoorbereiding? Wat vinden ouders daarvan? Die aarzeling is begrijpelijk en precies daarom is beleid zo belangrijk. Een leerkracht die zeker weet dat AI-gebruik mag, en weet wat er dan mag, durft er open over te zijn. Het beleid uit stap 1 geeft het team die zekerheid. Daarmee wordt transparantie iets wat je samen doet, in plaats van iets wat je van leerlingen vraagt.
Vanuit die basis kun je de verwachtingen uitspreken. Het team verwacht van leerlingen en ouders: eerlijk zijn over AI-gebruik, de afspraken kennen, thuis meekijken. Leerlingen en ouders mogen van het team verwachten: weten welke tools gebruikt worden, uitleg krijgen over het waarom en gehoord worden als ze vragen hebben. Zo wordt het gesprek gelijkwaardig.
4Neem ouders mee en geef ze dezelfde taal
Plan een ouderavond of een kort onderdeel tijdens een bestaande avond. Vertel wat de school doet, laat een voorbeeld zien en vraag wat ouders belangrijk vinden. Ouders die meegenomen worden voordat het beleid vaststaat, voelen zich gehoord. Daarna kun je het beleid delen via de nieuwsbrief, de website of de schoolgids, zodat het altijd terug te vinden is.
Meenemen in het beleid is de eerste stap. De tweede is ouders zelf AI-geletterd maken. Bied ouders een training of een online omgeving aan waarin ze leren wat AI is, hoe het werkt en hoe ze thuis het gesprek voeren. Zo spreken school en thuis dezelfde taal en hoort een kind thuis hetzelfde verhaal als in de klas.
Dat is ook een kwestie van gelijke kansen. In het ene gezin wordt aan tafel over AI gepraat en staat er een abonnement klaar, in het andere gezin is er geen kennis en geen toegang. Zonder hulp van school lopen die kinderen al vroeg achter. Een school die ouders meeneemt in de geletterdheid, zorgt dat ieder kind met dezelfde basis begint.
Het mag een jarenplan zijn
Je hoeft dit niet allemaal in één schooljaar te doen. Een rustig ritme over drie jaar geeft het team de tijd om mee te groeien en geeft ouders steeds iets concreets om te zien.
Beleid en het team. De school legt vast wat ze wil, wat mag en wat kan. Het hele team volgt een training AI-geletterdheid. Onderwijs in ontwikkeling: leerkrachten proberen zelf AI uit in hun voorbereiding en delen ervaringen met elkaar. Leerlingen gebruiken in de les nog geen AI, en dat staat zo in de afspraken, zodat kinderen en ouders het weten. Ouders horen op een ouderavond wat de school van plan is.
Een testjaar in de klas, alleen met geletterdheid. Leerlingen leren wat AI is, hoe het werkt en hoe je er kritisch mee omgaat. Nog geen AI in de rekenles of de geschiedenisles, wel het fundament. Ouders krijgen in dit jaar zelf een AI-geletterdheidstraining aangeboden, bijvoorbeeld via een ouderavond of een online platform, zodat ze thuis dezelfde taal spreken als de school en ieder kind met dezelfde basis begint.
AI binnen de bestaande lessen. Wat in jaar 2 geoefend is, krijgt nu een plek in taal, rekenen, wereldoriëntatie en de creatieve vakken. De afspraken uit stap 2 zijn dan al gewoon geworden. Zo ben je ruim voor 2031 klaar, met een team dat het draagt en ouders die weten wat er gebeurt.
Beleid, geletterdheid, didactiek
Als je dit jarenplan naast de stappen legt, zie je een volgorde. Eerst beleid: weten wat je als school wilt. Dan geletterdheid: het hele team en daarna de leerlingen snappen wat AI is en hoe je het veilig gebruikt. Dan didactiek: AI krijgt een plek in de lessen. Transparantie naar ouders loopt door alle drie de stappen heen. Het is geen extra taak, het is de manier waarop je de stappen zet.
Wil je hier samen mee beginnen?
Je hoeft dit niet zelf uit te zoeken. Ik help scholen met het opzetten van een helder AI-beleid en met AI-geletterdheid voor het hele team, zodat de vraag van die moeder op de ouderavond voortaan een rustig en duidelijk antwoord krijgt. Neem gerust vrijblijvend contact op, dan kijken we samen waar jullie staan en wat een goede eerste stap is.
Bron: Ouders & Onderwijs, Staat van de Ouder 2026 (april 2026). Lees het onderzoek zelf: Staat van de Ouder 2026 op oudersenonderwijs.nl.